Vleermuizen zijn vaak de onopgemerkte helden van ons ecosysteem. Ondanks hun reputatie als mysterieuze en soms angstaanjagende wezens, spelen ze een cruciale rol in het behoud van de natuur en het milieu.
Voor onze tuin zijn vleermuizen eigenlijk nog belangrijker dan vogels; ze eten gemiddeld tot 300 insecten per nacht en sommige soorten nog veel meer. Op hun menu staan muggen, vliegen, motten, kevers en andere schadelijke plaaginsecten. Afhankelijk van hun soort hebben ze een iets andere menu.

Zo eet de Gewone dwergvleermuis fruitmot, Suzukii fruitvlieg, stalvliegen en allerlei kleine insecten. De gewone grootoorvleermuis voedt zich met grote nachtvlinders, wantsen en spinnen. De Laatvlieger vleermuis, één van de grootste vleermuissoorten, eet aardbeiloopkever, meikever, junikever en langpootmuggen. Deze drie soorten komen het meest verspreid voor en verblijven tijdens de zomer in de nabijheid van huizen en schuren.
In tropische gebieden zijn vleermuizen ook essentieel voor de bestuiving en voortplanting van planten zoals bananen, mango's en agave. Daarnaast helpen ze bij de verspreiding van zaden, wat bijdraagt aan het herstel van bossen en andere natuurgebieden.
Hoe trek je vleermuizen aan?

Als je ziet hoeveel vleermuizen eten, wil je ze uiteraard als natuurlijke vijand in je tuin. Er zijn een aantal zaken die vleermuizen aantrekken:
- Net als bij vogels en nuttige insecten, is de aanwezigheid van hagen zeer belangrijk voor vleermuizen. Hagen zorgen voor luwte en warmte en hierin jagen ze graag. Aaneensluitende hagen is het meest ideaal.
- Boomgaarden zijn interessant als er een donkere zone is om in te vliegen.
- Vleermuizen moeten kunnen drinken, een enkele m² open water is voldoende.
- Vleermuizen houden niet van verlichting. Sommige soorten vliegen wel bij lampen om meer insecten te vangen. Maar hun behuizing willen ze in het donker. Zeker bij tuinhuizen en stallen dus geen verlichting laten branden.
Waar verblijven vleermuizen?

Vleermuizen verblijven in de zomer op andere plaatsen dan in de winter. Ze kunnen zelf geen nesten maken, daarom gebruiken ze gaten in bomen, spouwmuren, gevelbetimmering en zolders als zomerverblijfplaatsen.
Zomerverblijfplaatsen doen dienst als kraamplaatsen en vragen een constante warmte. De temperatuur in hun zomerverblijf moet stabiel zijn en niet te hoog oplopen, vooral op warme zomerdagen. De verblijfplaats moet bescherming bieden tegen regen, wind en zon. Ze moeten veilig kunnen rusten en zich verbergen voor vijanden, zoals roofdieren of andere dieren.
Als winterverblijven zoeken ze meestal koele, vorstvrije en vochtige plekken op. Afhankelijk van de soort verblijven de vleermuizen in de winter in bunkers, kelders, merggroeven, zolders of in spechtenholen in bomen.
Vleermuizen leven vaak in kolonies, en de verblijfplaats moet ruimte bieden voor meerdere dieren. Dit betekent dat er voldoende schuilplaatsen en plekken moeten zijn waar ze zich kunnen vastklampen of hangen.
Vleermuiskasten
Idealiter behouden we oude gebouwen en natuurlijke verblijfplaatsen in de natuur voor de vleermuizenkolonies. In steden komen schuilplaatsen steeds meer onder druk te staan. Vleermuizenhotels of vervangende verblijfplaatsen kunnen hier hulp bieden.
Kleine vleermuiskasten

De platte vleermuiskasten in hout of houtbeton die je kan kopen, bestaan uit één grote binnenruimte of uit enkele spleetvormige binnenruimtes. Afhankelijk van de binnenruimtes, kunnen ze bewoond worden door de gewone en ruige dwergvleermuis, de gewone grootoorvleermuis en mogelijks door laatvlieger.
Gekochte vleermuiskasten zijn tijdelijke verblijfplaatsen waar vleermuizen zich overdag in kunnen terug trekken. Deze kasten kunnen tot 15 dieren herbergen.
Hang de vleermuizenkast minimum 3 m hoog op een beschutte plek in de tuin. Zorg ervoor dat er 's avonds geen verlichting brandt in de buurt van de kast. Je kan de vleermuiskasten ook groeperen per drie waardoor je grotere kolonies kan huisvesten.
Grote vleermuiskasten
De echte zomerverblijfplaatsen vragen echter om grotere kasten waar de een constant microklimaat heerst en de temperatuur gebufferd wordt.
In de zomerverblijven leven de vrouwelijke vleermuizen in kraamgroepen. Elk vrouwtje krijgt 1 jong. De vrouwtjes hebben een stabiele warme plek nodig om het jong groot te brengen, daarom groeperen ze zich. Kraamverblijfplaatsen moeten dus voldoende groot zijn zodat er honderden dieren in kunnen schuilen. Boeiboorden, daklijsten en andere vormen van gevelbekleding vormen vaak onbedoeld een zomerverblijf.
De mate waarin de verblijfplaats door de zon kan opwarmen en de warmte kan bufferen, bepaald de geschiktheid als kraamverblijf. Momenteel bestaan er nog geen kant-en-klare kasten van dit formaat, maar je kan ze uiteraard zelf maken.
Gebruik latten van 1.7 tot 3 cm dik om op de gevel te monteren. Je kan de gevelbekleding toegankelijk maken voor de vleermuizen door de horizontale latten aan de onderkant van de gevelbetimmering weg te laten of door er een speciale invliegopening in te voorzien. De vleermuizenpoep moet er uit kunnen vallen of je moet hem gemakkelijk kunnen verwijderen. De minimum oppervlakte moet 0.7 m2 zijn, liefst groter. Ze worden best op zuid-west gerichte muren geplaatst.
Ook interessant om te lezen: