Je kan stellen dat het realiseren van een gezonde tuingrond één van de belangrijkste pijlers is van biologisch tuinieren. De bodem is de basis waarop je tuinplanten groeien én het fundament voor een grotere biodiversiteit in je tuin.

De acht belangrijkste componenten van de grond zijn:

Biologische grond

De hoeveelheden van elk van deze componenten bepalen de bodemkwaliteit en of jouw planten zullen groeien en bloeien.

Een ideale tuingrond bestaat uit 25% lucht, 25% water, 40% minerale stoffen (zand, leem, klei) en 10% organisch materiaal. Het is donker gekleurd, ruikt zoet, perst zich in een losse kluit in je hand als het vochtig is en zit boordevol regenwormen.

Dat is het uiteindelijk doel waar we naar toe werken!

1. Bodemstructuur

De samenstelling van de bodem ligt in eerste instantie vast door de streek waarin je woont.

In zandrijke regio’s kom je vooral zandgrond tegen, terwijl in laaggelegen of riviergebieden vaker zware kleigronden voorkomen. Daartussen vind je allerlei overgangen, van zand-leem over leem tot leem-klei.

De bodemstructuur wordt dus voor het grootste deel van nature bepaald.

Verschillen in de bodemstructuur

Afhankelijk van welke bodemstructuur je hebt, gaat de bodem beter water en dus ook voedingsstoffen kunnen vasthouden of juist niet vasthouden.

Een zandgrond op zich gaat geen water en dus ook weinig voedingsstoffen vasthouden voor de plant. Daarom dat een zandgrond zo snel weer uitdroogt na veel regen.

Een kleigrond daarentegen gaat heel veel water vasthouden. Dit is ook niet ideaal want daardoor gaat de grond veel te nat zijn om te tuinieren. De beste bodemstructuur is dus zand-leem en lichte leem.

Kan je de bodemstructuur wijzigen?

De bodem is een levend systeem. Regenwormen, wortels, bodemleven en tijd veranderen de structuur continu. Het is mogelijk om mineralen zoals bentoniet of lavagruis aan de bodem toe te voegen waardoor de bodemstructuur verbetert.

Bentoniet en lavagruis

  • Zandgrond kun je verbeteren door er bentoniet aan toe te voegen. Bentoniet bevat kleimineralen die zich mengen met het zand en ervoor zorgen dat de bodem beter water en voedingsstoffen vasthoudt. Dit effect houdt langdurig aan.

    Gebruik wel met mate: te veel bentoniet in één keer kan de bodem doen verslempen. Houd als richtlijn maximaal 3 à 5 kg per are per jaar aan. Meng de bentoniet steeds goed door de grond om het vormen van een harde korst na regen te voorkomen.

  • zandgrond
  • Kleigronden kun je lichter en luchtiger maken door lavagruis toe te voegen. Dit fijne gesteente verbetert de structuur van zware klei en zorgt voor meer verluchting.

    Lavagruis moet in de bodem worden ingewerkt en heeft een blijvend effect. Je kunt het in één keer toepassen, maar het is een vrij dure oplossing omdat er grote hoeveelheden nodig zijn.

    Lavagruis kan je in bigbags aankopen. Houd er ook rekening mee dat lavagruis de pH van de bodem kan verhogen.

kleigrond

Organisch materiaal als mulch

Mineralen zoals bentoniet en lavagruis vervangen echter niet de organische stof en het bodemleven. Door te mulchen met organische materialen, bouw je een humuslaag op in de grond.

Humus zorgt dat zware grond rul wordt en lichte grond beter water vasthoudt. Tegelijkertijd wordt het bodemleven gestimuleerd. Dit proces neemt drie tot vijf jaren in beslag, afhankelijk van de kwaliteit van je bodem.

Wil je meer lezen over mulchen?

Tuinieren in harmonie met je bodemtype

Bij de aanleg van een siertuin kun je de bodem in principe laten zoals hij is. Er zijn immers voldoende planten en bomen die je kunt kiezen in functie van je bodemtype.

Ook in de moestuin kun je rekening houden met welke groenten goed gedijen op jouw bodemtype en welke minder geschikt zijn. Bovendien hoef je niet perse in volle grond te tuinieren: als je bodem te zwaar of te licht is, kun je perfect werken met verhoogde moestuinbakken.

Kruiden daarentegen hebben luchtige, doorlatende grond nodig. Ingeval van leemgrond of zware kleigrond, kan je de kruiden best in potten of bakken kweken.

Bodemstructuur verbeteren door mulchen

Het is niet goed om grond te laten bloot liggen. Dit geldt voor alle gronden en in alle seizoenen. Ook de natuur zorgt spontaan dat de grond bedekt wordt met pioniersplanten indien we niet wieden. De natuur werkt perfect dus dit gebeurt niet voor niets!

Nuttige schimmels en micro-organismen zitten in de bovenste grondlaag met name daar waar veel zuurstof, warmte en voeding aanwezig is. Door de grond te bedekken met mulch, wordt het bodemleven gestimuleerd en gaan de bodemdiertjes het mulch aan de oppervlakte composteren.

En dat is wat we willen! Nuttige micro-organismen zorgen ervoor dat de planten de nodige voedingsstoffen ter beschikking krijgen maar zorgen eveneens dat zanddeeltjes en kleideeltjes samen gaan klitten tot een grotere bodemkruimel.

Deze bodemkruimels ontstaan doordat bacteriën, schimmels en wormen een plakkerige stof produceren, een soort lijm die humus-deeltjes, mineralen en gronddeeltjes tot grotere gehelen binden. Dankzij het bodemleven ontstaat dus een betere bodemstructuur!

Bodemstructuur verbeteren door groenbemesters

Groenbemesters zijn planten die gezaaid worden op het moment dat geen andere planten op de bodem groeien. Groenbemesting is dus een manier om de bodem bedekt te houden.

Groenbemesting is bijzonder geschikt wanneer de bodem is verdicht door bouwwerken of wanneer er aangevoerde grond is gebruikt vóór het inzaaien van gras. Ook op percelen die later als tuingrond zullen dienen, is groenbemesting een waardevolle eerste stap. Een goed verluchte bodem zorgt er immers voor dat planten nadien sterker en gezonder kunnen groeien.

Welke groenbemester kiezen?

Er zijn vele soorten groenbemesters verkrijgbaar in de handel maar eigenlijk is het gebruik ervan niet zo evident. De meeste groenbemesters moeten al tussen begin juli en half augustus gezaaid worden. Dan zijn er meestal nog niet veel percelen vrij van oogst.

Winterrogge en wintergerst kan tot half oktober worden gezaaid maar bevriezen niet wat betekent dat je ze moet onderspitten na de winter en spitten raden we af.

Klavers zijn vlinderbloemigen die stikstof uit de grond kunnen opnemen. Let echter op dat je een eenjarige klaversoort zaait, anders ga je ze in het voorjaar ook moeten onder spitten.

De laatste jaren wordt vaak de voorkeur gegeven aan Japanse haver om velerlei redenen maar vooral om het akkervogelbestand te versterken.

In de landbouw wordt een mengeling van 35kg/hectare Japanse haver, 4 kg/hectare phacelia en 1 kg/hectare laagblijvende zonnebloemen aanbevolen om de akkervogels van wintervoeding te voorzien en zo de biodiversiteit te vergroten. Dit mengsel is hiermee ook conform de EAG-richtlijnen (Ecologisch AandachtsGebied) en de landbouwer kan de ingezaaide oppervlakte dan ook aangeven voor z’n vergroening.

Voordelen van Japanse haver

  • Japanse haver is niet verwant aan groentesoorten, waardoor je geen rekening hoeft te houden met het vruchtwisselingsschema. Na Japanse haver kan elke groente geteeld worden.
  • Japanse haver wordt vaak gekozen omdat het snel groeit.
  • Het gewas bevriest in de winter, waardoor de bodem in de lente vanzelf weer vrijkomt en makkelijk bewerkbaar is.
  • Bij zaai vóór 20 augustus komt Japanse haver in het najaar nog in bloei.
  • De zaden zijn voedzaam voor zangvogels. Japanse haver trekt onder andere de bijna uitgestorven geelgors aan. ook ringmus, veldleeuwerik, rietgors, vink en patrijs profiteren van de zaden.
  • Als de haver de hele winter blijft staan, vormen de zaden een belangrijke voedselbron voor akkervogels.

2. Rotsen en mineralen

Elke bodem heeft van nature mineralen die afkomstig zijn van het gesteente waaruit de bodem oorspronkelijk is ontstaan. Dit bepaalt uiteraard de structuur van de bodem.

In zandgrond is dat voor een groot deel kwarts, in kleigrond silicaten.

Door verwering komen de mineralen langzaam vrij in de bodem en kunnen ze door de planten worden opgenomen. Zo kan magnesium vrijkomen uit mineralen die aanwezig zijn in leem- en kleigronden.

De voedingswaarde van mineralen is een mooie aanvulling op de organische bemesting via compost, wormenaarde of stalmest.

Twee groepen minerale meststoffen

  1. Er worden minerale meststoffen geproduceerd, afkomstig van natuurlijke oorsprong, die bedoeld zijn om specifieke tekorten in de plantenvoeding te dekken. We denken dan aan vinasse (kaliummeststof) dat gemaakt wordt uit een restproduct van de suikerfabricage. Ook kalkmeststoffen behoren tot deze groep.
  2. Bodemverbeteraars, ook minerale meststoffen, worden vaak gebruikt om de bodemstructuur te verbeteren.

    Typische voorbeelden zijn lavagruis, lavameel, basaltmeel, bentoniet en kalkmeststoffen.

    Heel belangrijk is de fijnheid van het gesteentemeel. Hoe fijner de mineralen, hoe sneller ze kunnen worden opgenomen door de plant en hoe beter ze werken.

Tip: De minerale bodemverbeteraars worden soms ook verstoven op de planten om de bladeren te versterken tegen schimmels en stress. Op die manier verhoog je ook het mineraalgehalte in de grond en meteen ook de zuurtegraad. Houd daar rekening mee.

3. Bodemleven

bodemleven in de tuin

Met de term ‘bodemleven’ bedoelen we alle levende organismen in de bodem, zoals nuttige bacteriën en schimmels, nematoden, springstaarten, regenwormen en andere kleine bodemdiertjes. Zij beïnvloeden in grote mate de bodemstructuur.

Het bodemleven zorgt ervoor dat het organisch materiaal dat we op de tuingrond aanbrengen, snel wordt afgebroken tot voedingsstoffen die planten kunnen opnemen, en dat er humus wordt gevormd. Hoe meer bodemleven en hoe rijker de bodem is aan organische stof, hoe meer humus gevormd wordt.

Naast de vorming van humus draagt het bodemleven bij tot het ontstaan van stabiele bodemkruimels. Beiden zijn essentieel voor een goede bodemstructuur. Zie ook: Bodemstructuur verbeteren door mulch.

Hoe stimuleer je een actief bodemleven?

mulchmaaien

Nuttige bacteriën en schimmels komen niet in de bodem terecht door kunstmest of organische korrelmeststoffen te gebruiken. Ze worden vooral aangevoerd en gevoed door organische stof. Dat kan onder andere compost, stalmest, paardenmest en wormenmest zijn, maar ook bladeren van bomen, plantenresten, gras, stro en hooi.

Het is aan te raden om deze materialen als mulch op de bodem aan te brengen in plaats van ze onder te spitten. Op die manier wordt het bodemleven beschermd en gestimuleerd. Meer weten over wat en hoe mulchen.

Daarnaast kan het bodemleven extra worden ondersteund met producten zoals microferm en bokashistarter. Ook zelf bokashi maken van keukenresten en dit nadien verwerken in de compost zorgt voor een rijke, voedende mulchlaag.

4. Humus

We zagen al dat de bodemstructuur mee bepaalt hoe goed water en voedingsstoffen door de bodem kunnen worden vastgehouden. Daarnaast is er nog een tweede, even belangrijke factor: humus.

Humus kan in elke bodem worden opgebouwd, ongeacht het bodemtype. Door het humusgehalte te verhogen, verbeter je het vermogen van de bodem om water en voedingsstoffen vast te houden. Ook zware kleigrond kan zo geleidelijk aan ruller en beter bewerkbaar worden.

Hoe ontstaat humus?

Humus is het eindproduct dat overblijft wanneer organisch materiaal, zoals wortels, stalmest, stro, afgevallen bladeren en afgestorven onkruid, volledig is verteerd.

Tijdens de afbraak van dit organisch materiaal in de bodem komen geleidelijk voedingsstoffen vrij die door planten kunnen worden opgenomen. Wat na dit proces overblijft, is humus. Humus zelf is geen directe voedingsbron meer voor planten, maar speelt een belangrijke rol in het verbeteren van de bodemstructuur.

De omzetting van organisch materiaal in humus gebeurt met behulp van nuttige bacteriën en schimmels. Vandaar het grote belang van een actief bodemleven.

Wil je alle stappen nog eens praktisch op een rij om te komen tot humusrijke grond?

Het klei-humuscomplex: wat is dit precies?

In de term klei-humuscomplex zitten twee onderdelen: klei en humus. Wanneer er in de bodem zowel kleideeltjes als humus aanwezig zijn, kunnen die zich aan elkaar binden. Zo ontstaat het klei-humuscomplex. Dit is gunstig voor de bodem, omdat het helpt om water en voedingsstoffen beter vast te houden en tegelijk zorgt voor een stabielere, kruimelige structuur.

Ook zonder klei kan een bodem vruchtbaar zijn. Een zandgrond met veel humus kan prima tuingrond vormen, ook al kan er dan geen klei-humuscomplex ontstaan. De humus alleen al zorgt voor een betere water- en nutriëntenbuffer en een actiever bodemleven. Voeg je bij de zandgrond bentoniet (kleimineralen), kan in combinatie met humus wel een klei-humuscomplex ontstaan.

Een zand-leemgrond met voldoende humus is ideaal als tuingrond, omdat daar zowel klei als humus aanwezig zijn die elkaar versterken.

Ook zware kleigrond profiteert sterk van humus: door de toevoeging van organische stof en door de werking van het bodemleven wordt de bodem luchtiger, beter doorlaatbaar en gemakkelijker te bewerken.

5. Water

Planten groeien het best wanneer ze in droge periodes geen watertekort hebben en in natte periodes niet “verzuipen”. Daarom is een evenwichtige vochtvoorziening essentieel. Zoals eerder aangehaald, wordt dit evenwicht bepaald door zowel de bodemstructuur als het humusgehalte in de bodem.

In dat kader kan Oenosan een ondersteunende rol spelen. Oenosan is een biologisch gecertificeerde bladmeststof die bestaat uit zeer fijne microdeeltjes (ongeveer 0,16 mm) van vermalen calcietgesteente.

Door Oenosan om de twee à drie weken op de bladeren te vernevelen, worden de bladeren steviger en beter bestand tegen verdamping. Hierdoor kan in de zomer de watergift tot 70 % verminderd worden. Het is aangeraden om al bij jonge planten te starten met vernevelen en dit vervolgens elke twee à drie weken te herhalen.

6. Lucht

Ja, jouw bodem bevat lucht en dat is heel essentieel! De hoeveelheid varieert per bodemsoort.

Zand is sterk belucht en met klei is het precies het omgekeerde. Klei houdt heel veel water vast en bevat daarom weinig lucht. Hoe meer water je bodem bevat, hoe minder plaats er is voor lucht.

Idealiter bevat een bodem 24 % lucht. Plantenwortels en bodemdiertjes zoals regenwormen zorgen dat de bodem verlucht wordt. Ook het laten zitten van wortels na de oogst helpt.

Het is dus essentieel om te vermijden dat je bodem verdicht want zo verdwijnt de lucht uit de bodem.

Hoe bodemverdichting vermijden?

  • Loop niet op natte grond
  • Gebruik geen zware machines in je tuin
  • Spit niet want dit breekt het bodemleven en bodemschimmels af
  • Zorg voor een goede afwatering indien nodig

7. Extra meststoffen ?

We denken nog te vaak in termen van het toedienen van externe meststoffen, omdat we onvoldoende vertrouwen hebben in het zelfvoorzienend vermogen van de bodem. Nochtans kan een gezonde bodem zichzelf grotendeels in stand houden.

Door te werken met mulch bootsen we natuurlijke processen na: organisch materiaal wordt afgebroken, het bodemleven wordt gevoed en voedingsstoffen komen geleidelijk vrij voor de planten.

In plaats van de bodem telkens “bij te sturen” met kunstmatige toevoegingen, mogen we leren vertrouwen op de kracht van de natuur. Wanneer je bodem voldoende humus bevat en er een actief bodemleven aanwezig is, heb je geen extra meststof nodig in de vorm van korrels.

Waarom blijven we toch meststoffen gebruiken?

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom we meststoffen gebruiken, maar de belangrijkste is wellicht dat het ons al decennialang zo wordt aangeleerd. We zijn er zo aan gewend geraakt dat we er nauwelijks nog bij stilstaan. De mens is nu eenmaal een gewoontedier: we blijven doen wat we altijd hebben gedaan, tot er bewustzijn ontstaat dat het ook anders kan – en misschien zelfs beter.

1. Intensieve teelt op dezelfde plaats

Een typisch voorbeeld is een kleine kas waarin jaar na jaar tomaten op dezelfde plek worden geteeld. Door die herhaalde teelt raakt de bodem sneller uitgeput.

Daarom is het in de groenteteelt belangrijk om te werken met teeltwisseling. Dit betekent dat je dezelfde gewassen pas na vier tot zes jaar opnieuw op dezelfde plaats teelt. Op die manier voorkom je dat de bodem te snel verarmt en verklein je tegelijk de kans op ziekten en plagen.

Verder in de gids lees je meer over teeltwisseling.

2. Esthetische verwachtingen

Meestal willen we meststoffen strooien omdat we het natuurlijk resultaat onvoldoende vinden. Het gras is immers altijd groener aan de overkant!

Een perfect egaal, felgroen gazon zonder onkruid kom je in de natuur niet tegen, maar toch streven we dat beeld na. Om zo’n gazon te behouden, wordt er veel bemest en vaak ook chemisch gespoten tegen onkruid.

Chemische kunstmeststoffen maar ook sommige organische meststoffen bevatten vaak teveel van één voedingsstof, meestal is dat stikstof. De bodem kan deze voedingsstoffen niet vasthouden waardoor ze in het grond- en drinkwater terecht komen.

Wat wel of niet bemesten in de tuin?

Hieronder vind je een overzichtje van wat wel of niet bemesting nodig heeft. Met bemesting bedoelen we hier geen meststofkorrels maar natuurlijke bemesting met compost, wormenaarde, bokashi, verteerd stalmest of paardenmest en mulch.

Groenten met lage mestbehoefte

Deze gewassen hebben in het teeltjaar zelf geen extra bemesting nodig en groeien beter op grond die het jaar voordien goed is bemest met stalmest of compost:

  • Erwten
  • Peulen
  • Wortelen
  • Uien
  • Bladgroenten zoals sla, rucola, veldsla

Groenten met hoge mestbehoefte

Deze gewassen hebben wel extra voedingsstoffen nodig. Bemesting kan via compost, wormenaarde of stalmest, bij voorkeur aangebracht als mulch tussen de rijen bij het planten:

  • Kolen (bloemkool, broccoli, spruitkool, witte kool, …)
  • Prei
  • Aardappelen
  • Tomaten
  • Paprika's
  • Andere zuiderse groenten (zoals aubergine, komkommer, courgette, pompoen)

Sierplanten

  • Inheemse sierplanten die je op de juiste plaats plant, comform aan hun natuurlijke biotoop, kunnen goed groeien zonder extra bemesting.
  • Een gezonde bodem met voldoende humus en bodemleven volstaat in de meeste gevallen.
  • Potplanten

    • Basis: potgrond afdekken met wormenaarde om in de basisbehoefte te voorzien.
    • Afhankelijk van de plant en de duur van het seizoen kan dit onvoldoende zijn.
    • In dat geval kan je onze 100 % plantaardige, vloeibare meststof Vega N7 gebruiken.

    8. De zuurheidsgraad van de bodem

    Last but not least: een juiste zuurheidsgraad van de bodem is belangrijk om planten goed te laten groeien.

    PH waarde bodem

    Wat is de zuurtegraad of pH waarde?

    Om dit te verduidelijken kun je het vergelijken met andere stoffen. Azijn en citroensap zijn sterk zuur, ammoniak daarentegen is sterk basisch. Stoffen die extreem zuur of basisch zijn, kunnen gevaarlijk en bijtend zijn.

    Zuiver water heeft een neutrale pH-waarde van 7 en is daardoor mild. De pH van de bodem geeft aan hoe zuur of basisch de grond is. Deze bodem-pH is ontzettend belangrijk, omdat zij direct invloed heeft op de beschikbaarheid van voedingsstoffen voor planten.

    De pH-schaal loopt van 0 tot 14, waarbij 7 neutraal is. Waarden lager dan 7 betekenen dat de bodem zuurder is, terwijl waarden hoger dan 7 wijzen op een basische (alkalische) bodem.

    Invloed van de pH op de plantengroei

    De pH-waarde van de bodem is één van de omgevingsfactoren die de kwaliteit van de plantengroei bepaalt. Planten kunnen voedingsstoffen alleen opnemen wanneer deze in water oplosbaar zijn.

    Wanneer de pH van de grond te hoog of te laag is, zijn veel essentiële voedingsstoffen minder goed beschikbaar. Daardoor kunnen planten tekorten krijgen, zelfs als er genoeg meststoffen in de bodem aanwezig zijn.

    Optimale pH verschilt van plant en grondsoort

    De optimale pH-waarde van de bodem hangt af van zowel het type plant als de grondsoort.

    De meeste tuingroenten, grassen en sierplanten groeien het best in een lichtzure bodem met een pH tussen 5,8 en 6,8. Binnen dit bereik kunnen plantenwortels voedingsstoffen het meest efficiënt opnemen en verwerken.

    Sommige planten, zoals azalea’s, rododendrons, blauwe bessen en coniferen, geven de voorkeur aan een duidelijk zure bodem, met een pH tussen 5,0 en 5,5.

    Naast de plantensoort speelt ook de grondsoort een belangrijke rol bij de gewenste pH-waarde. Over het algemeen ligt een goede pH voor een tuinbodem tussen 5,5 en 7,5. Hoe lichter de bodem (bijvoorbeeld zandgrond), hoe lager de pH mag zijn. Zandgrond is al geschikt voor plantengroei bij een pH van ongeveer 4,6 terwijl zware kleigrond pas goed bruikbaar is bij een pH van rond de 6,5.

    Dit betekent dat lichte gronden minder bekalkt hoeven te worden dan zware gronden. Op zandgrond is slechts een beperkte toevoeging van kalk of kalkhoudende bodemverbeteraars (zoals lavameel) nodig, terwijl zware kleigrond vaak meer kalkverrijkende producten nodig heeft om de pH naar een geschikt niveau te brengen.

    Gevolgen van een te lage pH

    • Gebrek aan opneembare fosfor en magnesium
    • Meer uitspoeling van kalium en magnesium
    • Op kleigrond veroorzaakt een laag calciumgehalte een slechtere structuur
    • Het bodemleven wordt geremd doordat schimmels in de bodem overmatig aanwezig zijn ten nadele van bacteriën.

    Naargelang er meer humus in de grond aanwezig is, zullen de planten minder schade ondervinden van een te lage pH.

    Gevolgen van een te hoge pH

    • Allerlei gebrekziekten: gebrek aan ijzer, mangaan boor, koper en zink omdat deze niet goed kunnen worden opgenomen uit de bodem.
    • Organische stof wordt te snel in de grond afgebroken, ook de humus wordt dan in versneld tempo afgebroken. Dit is vooral gevaarlijk op zandgrond. Dit komt omdat bij een te hoge PH de grond te rijk is aan bacteriën.

    Hoe de pH-waarde van de bodem verhogen?

    ph bodem verhogen met dolomieten kalk

    Je verhoogt de pH van de bodem (dus je maakt de grond minder zuur) op een paar eenvoudige en natuurlijke manieren.

    De meest gebruikte methode is kalken. Hiervoor gebruikt men meestal landbouwkalk of zeewierkalk.

    • Landbouwkalk is goedkoop en werkt snel maar bevat weinig spoorelementen. Deze kalk zorgt voor de verhoging van pH maar heeft geen bijkomende voordelen.
    • Zeewierkalk bevat wel veel sporenelementen en mineralen maar raden we af omwille van ecologische overwegingen.

      Zeewierkalk wordt gewonnen uit kalkhoudende algen voor de Bretonse kust. Door de ontginning kunnen deze algen zich niet snel genoeg herstellen, wat leidt tot roofbouw op het ecosysteem. Daarom is zeewierkalk vanuit ecologisch standpunt niet aan te bevelen.

    Om aan de kalkbehoefte van de grond te kunnen voldoen zonder teveel belasting van het milieu lijkt me dolomietkalk en lavameel het beste. Ook houtas is een natuurlijk middel.

    • Naast calcium bevat dolomietkalk een grote hoeveelheid magnesium. Gebruik dolomiet daarom enkel als je ook magnesium wilt toevoegen aan de bodem.
    • Lavameel kan gestrooid worden om de pH van de bodem te verhogen maar kan ook verstoven worden. Door lavameel regelmatig fijn te verstuiven op het blad, wordt de plant weerbaarder.

      Via regen komt het lavameel in de bodem terecht, waar het bijdraagt aan een hogere pH, waardoor aparte kalkgift meestal overbodig wordt.

    • Houtas kan in beperkte mate gebruikt worden als natuurlijke bron van kalium en calcium en verhoogt eveneens de pH-waarde. Gebruik enkel as van onbehandeld hout en pas spaarzaam toe, omdat houtas snel werkt en het evenwicht in de bodem kan verstoren bij overmatig gebruik

    Tip: probeer de pH niet met meer dan 1 pH-eenheid per jaar te veranderen.

    Hoe de pH-waarde van de bodem verlagen?

    Van nature wordt de bodem zelden te basisch. Neerslag, uitspoeling en afbraak van organisch materiaal zorgen ervoor dat de grond geleidelijk verzuurt. Een te hoge pH ontstaat meestal door overmatig gebruik van kalk of basisch werkende meststoffen.

    Het verlagen van de pH is in de ecologische teelt moeilijk, omdat er geen duurzame middelen voorhanden zijn. In de klassieke teelt wordt dit effect vaak gecompenseerd door het gebruik van kunstmeststoffen die verzurend werken. Let daarom goed op dat je de pH niet onnodig verhoogd.

    Het meest bekend product om de pH te verlagen, is het gebruik van turf. Turf werkt echter maar tijdelijk en is geen duurzame keuze omdat turf gewonnen wordt uit veengebieden. Dat zijn kwetsbare ecosystemen met zeldzame planten en dieren. Eenmaal afgegraven, herstellen die gebieden zich extreem traag (na honderden jaren). Je verliest dus onherroepelijk waardevolle natuur.

    Vroeger werd zwavelpoeder gebruikt om de pH te verlagen, maar dit is niet meer toegestaan. Bovendien werkt zwavel traag: het moet eerst door bodembacteriën worden omgezet in zwavelzuur. De snelheid van dit proces hangt af van de deeltjesgrootte, het bodemvocht, de temperatuur en de aanwezigheid van bacteriën, waardoor het verlagen van de pH maanden kan duren.

    Bodemonderzoek tuin

    Bodemanalyses zijn oorspronkelijk ontwikkeld om landbouwers gericht bemestingsadvies te geven met het oog op maximale opbrengst, meestal uitgedrukt in hoeveelheden kunstmest. Voor ons is dit van geen belang.

    Wanneer je jaarlijks voldoende organisch materiaal toevoegt en zorgt voor een actief bodemleven met bacteriën en schimmels, voorkom je de meeste problemen. Door rekening te houden met alle eerder besproken factoren creëer je gunstige omstandigheden voor een gezonde plantengroei. Dit resulteert in een goede oogst en je leert elk jaar bij uit ervaring.

    Bodemkwaliteit inschatten zonder analyses

    1. Kijk naar de wortelontwikkeling van je planten. Regelmatig vertakte wortels met veel fijne haarwortels wijzen op een goede bodemstructuur. Onregelmatig gevormde wortels met weinig zijwortels duiden op een slechte bodemstructuur. In dat geval kan je groenbemesters inzaaien die speciaal geselecteerd zijn om de bodem los te maken en te verbeteren.
    2. Ook de spontane begroeiing kan aanwijzingen geven over de toestand van de bodem. Als bepaalde kruiden veelvuldig voorkomen op een perceel dat niet recent is bewerkt of bemest, kan dit iets zeggen over de zuurtegraad.

      Spurrie, akkerviooltjes, echte en valse kamille en klaverzuring wijzen op een zure bodem. Zwarte nachtschade, akkermelkdistel, kleefkruid, paarse dovenetel en reukloze kamille wijzen eerder op een neutrale bodem. Hopklaver en ganzenvoet komen vaker voor op een te basische bodem.

    Wanneer toch een bodemonderzoek laten uitvoeren?

    Wanneer je bij planten duidelijke gebreksverschijnselen vaststelt, kan een bodemanalyse wel zinvol zijn. Dit komt vooral voor in de beroepsteelt en slechts uitzonderlijk bij hobbytuiniers. In zo’n geval wijst dit op een onevenwicht in de bodem dat best zo snel mogelijk wordt aangepakt.

    Sommige mensen laten een bodemonderzoek uitvoeren als ze op een nieuw perceel gaan tuinieren. Zelf verkies ik de meer traditionele aanpak: het eerste jaar rijkelijk organisch materiaal aanbrengen en vervolgens het hele perceel met aardappelen beplanten om de bodem los te maken. Zeker bij de omvorming van grasland naar moestuin is dit een oude en beproefde methode.

    Een vergelijkbaar effect kan je bereiken met het inzaaien van groenbemesters, die de bodem eveneens diep losmaken en verbeteren.

    Wat je moet weten over een bodemanalyse!

    • Wat echt belangrijk is om te weten, is het humusgehalte in de grond. Dit bepaalt immers of de bodemstructuur goed is en hoeveel bodemleven er is.
    • De pH waarde ten opzichte van de grondsoort moet juist zijn.
    • Ook de verhouding tussen kalium en magnesium en calcium en magnesium is belangrijk.
    Bodemanalyse
    Resultaten bodemanalyse

    Lees de volledige biologische moestuinieren gids in pdf

    Download de Biologische Tuiniergids

    Lees de volledige biologisch tuinieren gids

    Inleiding biologische tuinieren

    1) Voordelen Biologische tuinieren

    2) Planning en ontwerp van de tuin

    3) Ken je tuingrond

    4) Maak van composteren een succesverhaal!

    5) Zaden oogsten, drogen en zaaien

    6) Het verschil tussen soorten meststoffen: Organische mest, kunstmest en plantaardige mest

    7) Het probleem van pesticide gebruik

    8) Seizoensgebonden verzorging

    9) Vruchtwisseling, een must voor elke moestuin en kas

    10) Oogsten en oogst bewaren