Naar schatting leven 90% van de planten in de natuur samen met mycorrhiza. Er zijn twee hoofdtypen mycorrhiza te onderscheiden voor verschillende groepen planten.

- Ectomycorrhiza
- Endomycorrhiza met als ondertypes de arbusculaire, de ericoide en de orchideeën mycorrhiza
Ectomycorrhiza

De ectomycorrhiza (ECM) zorgen voor extra vertakking van de wortels en vormen buiten rond de worteltopjes dichte mantels van schimmeldraden. Veel paddenstoelen zijn vruchtlichamen van ectomycorrhiza.
Ectomycorrhiza komt vrijwel alleen bij boomsoorten voor:
- Naaldbomen uit de familie Pinaceae (fijnspar, zilverspar, douglasspar, hemlockspar, sitkaspar, den, lork, ceder).
- Loofbomen uit de Fagaceae (beuk, eik, tamme kastanje), Tiliaceae (zomer- en winterlinde), Betulaceae (berk, els, hopbeuk), Corylaceae (haagbeuk, hazelaar), Salicaceae (wilg, populier) en andere.
Ectomycorrhiza zijn onmisbaar in onze bos-ecosystemen. Er bestaan ca. 6000 soorten met een grote onderlinge variatie.
Endomycorrhiza
Bij endomycorrhiza groeien de schimmeldraden in de cellen van de wortelschors en niet alleen ertussen zoals bij ectomycorrhiza. De wortelmorfologie wordt nauwelijks veranderd en er worden geen bovengrondse vruchtlichamen gevormd.
Arbusculaire mycorrhiza
Arbusculaire mycorrhiza (AM) is het oudste type van mycorrhiza en komt voor bij de meeste plantensoorten (ca. 80%). Voorbeelden zijn:
- Varens en levermossen,
- Coniferen (Taxaceae en Cupressaceae)
- Loofbomen (iep, paardenkastanje, plataan, esdoorns, es)
- Fruitbomen
- Rozen
- Vlinderbloemigen
- Grassen
- Bol- en knolgewassen en vele andere.
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/0/0b/Differents_types_d%27ectomycorhizes.jpgDe arbusculaire mycorrhiza worden gevormd door schimmels uit de orde Glomales (klasse Zygomycetes). Wereldwijd zijn er ca. 150 soorten beschreven, waarvan grofweg de helft in het geslacht Glomus. Deze schimmels dringen door tot in de cellen van de wortelschors, waar zij karakteristieke boomvormige (arbusculaire) overdrachtsorgaantjes vormen voor de uitwisseling van suikers en voedingsstoffen.
In tegenstelling tot de fijne, door de wind verspreide Ectomycorrhiza-sporen, worden deze sporen door dieren verspreid. Arbusculaire mycorrhiza kunnen zich niet vermeerderen buiten een levende waardplantwortel.
Van sommige planten zijn zowel arbusculaire mycorrhiza als ectomycorrhiza bekend: b.v. wilg, populier, els, … afhankelijk van leeftijd en groeiplaats.
Ericoïde mycorrhiza
Ericoïde mycorrhiza (ERM) is een type endomycorrhiza die beperkt is op Ericales (heideachtigen) zoals Erica (dopheide), Calluna (struikheide), Vaccinium en Rododendron. In de zure, voedselarme heidebodems maken zij het organisch gebonden stikstof en fosfaat voor de plant beschikbaar.
Orchideeën mycorrhiza

Orchideeën mycorrhiza (ORM): orchideeën zijn in het begin van hun leven geheel afhankelijk van mycorrhiza-schimmels. De orchidee leeft parasitair op de schimmel, die zich voedt op dood organisch materiaal of op een andere plant. Pas in een later stadium, en alleen wanneer de plant chlorofyl vormt, kan de schimmel enigszins profiteren van de fotosynthese van de orchidee en in ruil suikers ontvangen.
Orchideeën mycorrhiza zijn meestal zeer gevoelig voor veranderende omstandigheden. Door toename van het stikstofaanbod in de bodem bijvoorbeeld kan de schimmel veranderen van een gunstige in een schadelijke schimmel.
Weinig of geen mycorrhiza
Er zijn ook plantenfamilies en geslachten waar zelden of nooit mycorrhiza voorkomen. Voorbeelden:
- De kruisbloemenfamilie met vele eetbare planten zoals de kolen.
- Ganzevoet- (Chenopodiaceeën) en amarantenfamilie: meestal planten die gedijen in verstoorde bodems maar ook spinazie, rode biet en suikerbiet behoren bij deze familie.
- Paardenstaarten
- Moerasplanten zoals Russen (Juncaceeën)
- Cypergrassen (Cyperaceeën)
- Anjers (Caryophyllaceeën)
- Brandnetels (Urticaceën)
- Oenanthe (crocata)- dodemansvingers
Ook interessant om te lezen: