Biologisch tuinieren, ooit weggezet als iets voor mensen met geitenwollen sokken, is allang geen niche meer. Integendeel: het groeit uit tot de nieuwe norm.

Wie vandaag een tuin aanlegt, kiest steeds vaker bewust voor een biologische aanpak. De tijd en energie die we erin steken, willen we zien terugkomen in gezond en smaakvol voedsel, zonder het milieu te belasten. Dat is de drijfveer.

Het verlangen naar eerlijk en veilig voedsel – we willen onze families én de wereld om ons heen geen schade toebrengen – vormt de kern van biologisch telen.

eigen gekweekte groenten

Hoe meer we te weten komen over chemische onkruidverdelgers, pesticiden, synthetische meststoffen en genetisch gemodificeerde gewassen, hoe duidelijker het wordt dat we ons hiertegen willen beschermen.

Door zelf te telen nemen we opnieuw de controle: we weten wat er op ons bord ligt. Tegelijk maken we de plekken waar onze kinderen en huisdieren spelen zo veilig mogelijk.

Biologisch tuinieren is daarmee niet alleen een bewuste keuze voor onze gezondheid, maar ook een teken van respect voor de medemens en voor de natuur als geheel.

Wat is biologisch tuinieren?

Biologisch tuinieren is eigenlijk niets anders dan tuinieren zoals onze overgrootouders dat deden, met één belangrijk verschil. Zij werkten vooral op gevoel en ervaring, terwijl wij vandaag veel bewuster bezig zijn met wat er in de bodem gebeurt en waarom bepaalde keuzes wel of niet werken.

Biologische moestuin Esmeralda Frankrijk

Daarmee wil ik niet beweren dat we de bodem en alle complexe processen die zich daarin afspelen volledig begrijpen. Integendeel: we staan nog maar aan het begin! Er is nog veel onderzoek nodig om verder te evolueren in de juiste richting.

Duizenden jaren lang werd de grond vruchtbaar gehouden met respect voor bodem en omgeving. De industriële revolutie bracht daar een ingrijpende verandering in. Handwerk maakte plaats voor machines, niet alleen om het werk te verlichten, maar vooral om landbouw op grote schaal mogelijk te maken.

Chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmeststoffen beloofden hogere opbrengsten en werden lange tijd gezien als dé oplossing.

Intussen weten we dat dit model zijn grenzen heeft. Door het intensieve gebruik van kunstmeststoffen en ook organische meststoffen raakt de bodem uitgeput en verliest hij zijn leven. Planten die op zulke ‘dode’ bodems groeien, zijn zwakker en vatbaarder voor ziekten, waardoor opnieuw chemische middelen nodig zijn. Zo ontstaat een vicieuze cirkel zonder einde.

De overstap naar biologische landbouw is daarom geen luxe, maar een noodzaak. In het begin vraagt het een investering om je bodem opnieuw op te bouwen, maar na enkele jaren krijg je er een veerkrachtig, zelfregulerend ecosysteem voor terug.

Het resultaat? Gezondere planten, sterkere groei en een smaakvolle oogst die zichzelf beter in stand houdt dan in de gangbare, commerciële teelten. En de gemoedsrust die je ervaart wanneer je zonder chemie werkt, is simpelweg onbetaalbaar.

Mijn verhaal

Esmeralda van Rootsum

Toen ik 14 jaar was, vond ik tuinieren gewoon leuk. Wieden werkte rustgevend en het idee dat je groenten uit je eigen tuin kon oogsten, fascineerde me enorm.

Ik woonde in Limburg, een regio die bekendstond om haar arme en vaak vervuilde zandgrond, het gevolg van de staalindustrie en het gebrek aan milieumaatregelen in die periode. De industriële revolutie vierde er hoogtij: alles moest wijken voor de vooruitgang, terwijl de gezondheid van de mensen nauwelijks telde.

Onze tuingrond werd elk jaar verrijkt met zelfgemaakte compost. Daarbovenop liet mijn vader een kar stalmest aanvoeren om humus op te bouwen. Dat was toen al essentieel – en dat is het nog steeds – want humus zorgt ervoor dat de bodem water en voedingsstoffen beter kan vasthouden.

In het late najaar trok mijn vader het bos in om rottende bladeren te verzamelen. Iets wat we vandaag niet meer doen, omdat we weten dat dit het ecosysteem van het bos verstoort. Die bladeren gebruikte hij om de moestuin tijdens de winter af te dekken. Opnieuw met het doel om meer humus op te bouwen, maar vooral ook om het bodemleven te stimuleren. Zijn tuin zat trouwens vol regenwormen die hij met trots aan mij toonde!

Gebeten door de tuinmicrobe begon ik veertig jaar geleden met biologisch tuinieren. Ik wilde een grote tuin – en dat werd uiteindelijk 50 are, met ruimte voor alles: een vijvertje, een siertuin, een moestuin, een boomgaard, een groentekas en een druivenkas, bessenstruiken en zelfs een klein bosje. Als ik met Biogroei startte in 1992 werd de tuin onze Biogroei-tuin. Tussen haakjes: in januari 2025 werd Biogroei omgedoopt tot Rootsum.

kas met groenten

We creëerden een tuinpark waar paardenbloemen en madeliefjes gewoon in het gras mochten blijven staan, waar een deel van de tuin bewust werd teruggegeven aan de natuur, en waar de groentetuin en kassen ons bijna het hele jaar door van voedsel konden voorzien. Het was een plek waar vogels en andere dieren zich thuis voelden.

Het gevolg was dat onze tuin bevolkt werd door padden, konijnen, egels, mollen en zelfs hazelwormen. Boven ons cirkelde een buizerdpaartje, en verder zagen we gaaien, spechten, mezen, merels en mussen. En dan waren er natuurlijk nog de talloze kleinere bewoners: hommels, bijen en vele voor ons onbekende bestuivers, evenals zweefvliegen, gaasvliegen, oorwormen, loopkevers, bladluizen en massa’s lieveheersbeestjes. Een wonderlijk stukje natuur!

grasadder in Biogroei-tuin

In Huldenberg hadden we geen zandgrond, maar een zand-leemstructuur. Ideaal, niet te licht en ook niet te zwaar om te bewerken. Met de lessen van mijn vader in het achterhoofd bemestte ik de grond jarenlang met stalmest, tot die in onze buurt niet meer te verkrijgen was.

Daarna schakelde ik over op organische korrelmeststoffen, maar al snel merkte ik dat de opbrengst steeds verder terugliep. Toen werd me duidelijk dat mijn tuin te weinig humus en te weinig bodemleven bevatte. Bovendien realiseerde ik me dat in organische meststoffen veel slachtafval wordt verwerkt, wat me ook geen prettig gevoel gaf.

Een nieuwe stap voor mij was het gebruik van paardenmest. Tot ik vernam dat in veel paardenmest residuen van chemische herbiciden zitten en dan stopte ook dit verhaal. Paardenmest is een goede bodemverbeteraar, op voorwaarde dat je de herkomst kent en zeker weet dat er geen schadelijke residuen in aanwezig zijn.

Sinds 2018 koos ik daarom resoluut voor wormenmest. Als bodemverbeteraar blijkt die alles te bieden wat de bodem nodig heeft: hij zorgt niet alleen voor de opbouw van humus, maar is ook rijk aan essentiële micro-organismen en gunstige bodemschimmels. Wormenmest helpt dus mee aan de opbouw van een levendig, gezond en veerkrachtig bodemleven.

wormenmest in Biogroei-tuin

10 Voordelen van biologisch tuinieren!

100% Bio
  1. Biologische groenten en vruchten die je zelf kweekt, smaken vaak intenser en puurder dan biologisch voedsel uit de winkel – laat staan in vergelijking met niet-biologisch geteelde producten.
  2. Onderzoek toont aan dat biologisch geteeld voedsel gemiddeld meer essentiële vitaminen en voedingsstoffen bevat, die je lichaam helpen zich te verdedigen tegen ziekten.
  3. Biologisch voedsel vermindert de inname van schadelijke chemicaliën aanzienlijk, omdat bij biologische teelt geen pesticiden, groeihormonen, kunstmest of schadelijke kunstmatige toevoegingen zoals kleur-, smaak- en conserveermiddelen worden gebruikt. Studies van de Universiteit van Washington toonden aan dat kinderen die voornamelijk biologisch eten, tot zes keer minder pesticiden in hun lichaam hebben dan kinderen die conventioneel geteeld voedsel consumeren.
  4. Tuinieren biedt tegelijk ontspanning en beweging – een vorm van lichaamsbeweging die je tot op hoge leeftijd kunt blijven doen. Het wordt zelfs therapeutisch ingezet om stress te verminderen, mensen opnieuw tot rust te brengen en mentale spanningen los te laten.
  5. Biologisch tuinieren verbind je met het natuurlijke ritme en de cycli van de aarde op een manier die weinig andere activiteiten kunnen evenaren. Het proces van zaadje tot oogst, en uiteindelijk tot maaltijd op je keukentafel, maakt je bewuster en meer betrokken.
  6. Biologisch tuinieren stimuleert je creativiteit. Er bestaan talloze teelttechnieken waarmee je kunt experimenteren en ontdekken wat het beste werkt in jouw tuin.
  7. Biologisch tuinieren is niet duur. Een levende bodem creëren kan bijna kosteloos, omdat je organisch materiaal uit je eigen tuin hergebruikt om te mulchen en zo de bodem te voeden. Daardoor vervallen de uitgaven voor meststoffen volledig.
  8. In de siertuin kun je kiezen voor planten die passen bij de natuurlijke bodem en omgeving, bij voorkeur inheemse soorten. Die groeien beter, vragen minder onderhoud en geven minder problemen dan uitheemse planten.
  9. In een biologische tuin ga je composteren. Dat levert niet alleen een uitstekende bodemverbeteraar op, maar zorgt er ook voor dat je tuin- en keukenafval op een eenvoudige en kosteloze manier wordt gerecycleerd
  10. Door biologische te tuinieren respecteer je de natuur rondom jou en draag je bij tot meer biodiversiteit.
Bamboestokken gevuld door wilde bijen

Wil je gezonder leven en tuinieren met respect voor de natuur? Begin met biologisch telen en haal het goede leven naar je toe. De keuze is aan jou! Als je nog steeds niet overtuigd bent, begin er dan gewoon niet mee en koop je groenten.

Conventioneel tuinieren draait om opbrengst en rendement, waardoor Moeder Natuur uit balans raakt en schade wordt toegebracht aan de vogels en planten die rondom ons leven. Iedereen die bewust rondkijkt, beseft dat dit geen duurzaam systeem is!

Lees de volledige biologische moestuinieren gids in pdf

Download de Biologische Tuiniergids

Lees de volledige biologisch tuinieren gids

Inleiding biologische tuinieren

1) Voordelen Biologische tuinieren

2) Planning en ontwerp van de tuin

3) Ken je tuingrond

4) Maak van composteren een succesverhaal!

5) Zaden oogsten, drogen en zaaien

6) Het verschil tussen soorten meststoffen: Organische mest, kunstmest en plantaardige mest

7) Het probleem van pesticide gebruik

8) Seizoensgebonden verzorging

9) Vruchtwisseling, een must voor elke moestuin en kas

10) Oogsten en oogst bewaren