Uit ervaring weten we dat water geven aan planten voor veel mensen niet zo evident is, zowel niet bij kamerplanten als bij buitenplanten. Daarom is het begin van het groeiseizoen het ideale moment om hier wat dieper op in te gaan.

Een verkeerde watergift kan namelijk tot heel wat problemen leiden: zwakke planten, schimmels, wortelrot, rouwvliegjes in de potgrond, bladluizen, spint, enzovoort. En dat willen we bij Rootsum natuurlijk helpen voorkomen!

Planten water geven

Schrijven over water geven aan planten is niet eenvoudig, want elke plant en elke omgeving is anders. Toch kunnen een aantal algemene richtlijnen je al goed op weg helpen. Gebruik ze als leidraad, maar kijk altijd naar de concrete situatie van jouw planten.

Waarop letten bij het water geven?

Als je op de juiste manier water wil geven, moet je rekening houden met verschillende factoren. Dat geldt zowel voor kamerplanten als voor buitenplanten.

Hieronder zetten we de belangrijkste aandachtspunten even voor jou op een rijtje.

Welke bodemstructuur heb je?

Bodem, aarde in handen

De bodemstructuur speelt een grote rol in hoeveel water je planten nodig hebben.

Lichte zandgrond kan veel minder water vasthouden dan zware kleigrond. Logischerwijs moet je zandgrond dus vaker bewateren dan kleigrond. Dat is het uitgangspunt als je enkel naar de bodem zelf kijkt.

Maar wist je dat je de bodemstructuur kunt verbeteren? Door voortdurend organisch materiaal aan te voeren en het bodemleven te stimuleren, verander je de eigenschappen van je bodem op een natuurlijke manier.

Zo maak je van zandgrond een rijkere bodem die beter water en voedingsstoffen kan vasthouden. En kleigrond wordt luchtiger, waardoor hij minder snel aan elkaar klit en bij droogte niet keihard wordt.

In beide gevallen zorgt de humuslaag die door organisch materiaal ontstaat ervoor dat het water beter wordt gebufferd. Regenwater kan daardoor gemakkelijker doorsijpelen naar de ondergrond in plaats van aan het oppervlak te blijven staan.

Je bodem op de juiste manier verbeteren zorgt er dus voor dat je op termijn minder of zelfs geen extra water meer hoeft te geven.

Meer lezen over de bodemstructuur en ons bodemverhaal?

Waar staan je planten?

Planten die op de juiste plaats staan, hebben minder water nodig

Planten die op de juiste plaats staan, hebben minder water nodig.

Ze kunnen zich voeden met het regenwater dat valt en de buffer aan grondwater die aanwezig is.

Planten die van volle zon houden, kunnen in de volle grond vaak zelfs lange periodes van droogte overleven zonder extra water. Schaduwplanten daarentegen hebben ook in de zomer geen nood aan extra watergift. Een juiste standplaats bespaart dus niet alleen water, maar zorgt ook voor sterkere en gezondere planten.

Kamerplanten

Verschillende kamerplanten

De meeste kamerplanten komen van oorsprong uit tropische of subtropische gebieden. Ze houden van warmte, een hoge luchtvochtigheid en gefilterd licht.

Geef je kamerplanten dus een plaatsje in huis dat zoveel mogelijk overeenkomt met hun natuurlijke biotoop.

Vermijd tocht en koude vensterbanken, maar zet ze ook niet pal in de felle zon achter glas.

Vraag jezelf altijd af: Waar zou deze plant in de natuur groeien? Dat helpt enorm om de juiste plek te kiezen.

Sierplanten

Sierplanten voor buiten

Wil je buitenplanten die weinig onderhoud vragen? Kies dan voor inheemse planten of cultivars die passen bij ons klimaat. Die zijn beter aangepast aan regen, wind en temperatuurschommelingen en hebben minder water nodig.

Afhankelijk van de plekjes in je tuin, zon, halfschaduw of schaduw, kies je de juiste sierplanten die daar goed gedijen. Zo bespaar je water én hou je je tuin gezond.

Groenten

Moestuin in open lucht

Een moestuin leg je bij voorkeur aan op een zonnige plek. Groenten hebben minstens 5 à 6 uur zonlicht per dag nodig om goed te groeien.

Toch vinden veel groenten het in de zomer aangenaam als ze in de namiddag wat schaduw krijgen. Hoge bomen of hagen aan één kant van de moestuin kunnen daarbij helpen. Zo vermijd je dat de planten te snel uitdrogen.

Houd dus rekening met de omgeving en de zonuren in je tuin. Denk vooraf goed na waar je wat wilt planten, dat maakt het verschil tussen gezonde en dorstige planten.

Groenten in een kas

Groenten in de serre

Een groentekas plaats je best op een zonnige locatie. Maar zodra de eerste hete dagen eraan komen, dat kan al in mei zijn, is beschaduwen belangrijk.

Gebruik hiervoor bijvoorbeeld Colovit. Deze coating filtert het zonlicht in plaats van het volledig te blokkeren, wat een groot voordeel is ten opzichte van klassieke kalk om de kas te witten. Wees niet verrast: met Colovit krijgt je kas wel een oranje tint!

Een kas in de schaduw is om problemen vragen

Een kas in de schaduw lijkt misschien handig tegen de zon, maar het zorgt vaak voor meer problemen dan oplossingen.

De planten drogen er namelijk niet snel genoeg op na elke watergift. Daardoor ontstaat er een vochtig microklimaat waarin schimmels zich gemakkelijk ontwikkelen en bladluizen worden aangetrokken.

Tip: laat de ramen en de deur van de kas van maart tot november openstaan.

Een goede ventilatie voorkomt vochtophoping en mufheid, en zorgt voor gezondere planten met sterkere wortels.

Een levend gazon

Gazon met paardebloemen

In onze filosofie mag een gazon best wat leven tonen. Paardenbloemen, madeliefjes en andere inheemse planten horen daarbij.

Een egaal groen gazon bestaat niet in de natuur, het is een kunstmatig concept dat veel onderhoud vraagt.

Wil je zo’n kunstmatig gazon toch in stand houden, dan zal je veel water nodig hebben, zeker op zandgrond. Denk er dus gerust eens over na om andere, natuurlijkere opties te overwegen.

De basis van een sterk gazon ligt bij een goede bodemstructuur. Besteed voor het inzaaien extra aandacht aan de ondergrond en verbeter die waar nodig met organisch materiaal.

Na het maaien kun je beter mulchen in plaats van het gras af te voeren. Dat houdt vocht vast en voedt de bodem.

Geef eventueel wat wormenaarde als natuurlijke voeding: zo stimuleer je het bodemleven, ontwikkelen zich sterke wortels en bouw je stap voor stap een levende, gezonde bodem op.

Wat is de waterbehoefte van je planten?

Niet elke plant heeft dezelfde waterbehoefte. Dat klinkt logisch, maar het wordt vaak onderschat, vooral bij kamerplanten is het belangrijk om hier extra aandacht aan te besteden.

Kamerplanten

Kamerplanten worden meestal ingedeeld volgens hun vochtbehoefte: sommige houden van een licht vochtige grond, andere staan liever wat droger.

Weet dus wat jouw kamerplanten nodig hebben en pas je watergift daarop aan.

Lees meer: Hoeveel water geven aan kamerplanten?

Zaaien van groenten

Kiemende plantjes

Na het zaaien begiet je de potgrond lichtjes en zet je de zaadjes op een warme, lichte plaats.

Geef pas opnieuw water wanneer de grond droog aanvoelt. Te veel water zorgt ervoor dat de zaadjes gaan rotten.

Ook jonge, opkomende plantjes hebben snel last van te veel vocht: ze worden spichtig en zwak.

Stekken en verplanten

Plant stekken

Jonge stekjes en pas verplante plantjes hebben in het begin enkele keren per week water nodig.

Stekken van kamerplanten worden vaak op water gezet tot ze wortels maken.

Tip: geef de plantjes onderaan water. Zo stimuleer je de wortelgroei naar beneden en krijg je sterkere planten.

Water geven in volle grond

Probeer in de volle grond zo weinig mogelijk water te geven.

Van zodra je begint te gieten, raken de planten gewend aan extra water, en moet je blijven water geven.

Laat je planten dus wennen aan de natuurlijke omstandigheden: dat maakt ze sterker en beter bestand tegen droogte.

Water geven in een kas

Water geven in serre

In een koude of warme kas geef je het best water ’s morgens vroeg.

Zo hebben de planten voldoende vochtreserves voor de warme namiddag en droogt het blad tijdens de dag goed op.

Dat verkleint de kans op schimmels en andere vochtproblemen aanzienlijk.

Het gazon beregenen

Een gazon hoeft in principe niet beregend te worden.

Tijdens een warme, droge zomer kan het gras tijdelijk bruin worden, maar de wortels sterven niet af.

Zodra er weer voldoende regen valt, herstelt de grasmat vanzelf.

Buitenplanten in potten en kuipen

Planten in potten of kuipen hebben meer water nodig dan planten in volle grond, omdat potgrond sneller uitdroogt.

Zorg er altijd voor dat overtollig water goed kan weglopen.

Hoe groter de pot, hoe minder vaak je water hoeft te geven. Let ook op met wind: die droogt de grond extra snel uit, vooral bij potplanten.

Tip: zet potplanten bij warm weer tijdelijk in de schaduw om uitdroging te voorkomen.

Het seizoen speelt een rol bij watergift

De hoeveelheid water die je planten nodig hebben, verandert met de seizoenen. Dat merk je vooral in de kas, waar temperatuur en luchtvochtigheid sterk schommelen.

Daarom deel ik graag hoe ik het zelf aanpak, met een paar praktische tips uit ervaring.

Voorjaar: de grond voorbereiden

In het voorjaar laat ik mijn groentekas enkele dagen beregenen met een zwenksproeier.

Ik verplaats de sproeier om de drie uur zodat de volledige bodem goed doordrenkt wordt.

De volgende dag herhaal ik dit op dezelfde plaatsen.

Daarna laat ik de grond minstens een week rusten voor ik begin te zaaien of planten.

De daaropvolgende weken (van maart tot half mei) geef ik weinig tot geen water.

Zo stimuleer ik de wortels om dieper de grond in te trekken, wat de planten later beter bestand maakt tegen droogte.

Zomer: gericht water geven

Tijdens de zomermaanden geef ik afhankelijk van de warmte vooral ’s morgens water.

Zo kunnen de planten het vocht opnemen en droogt het blad overdag goed op, waardoor de kans op schimmels kleiner is.

Tijdens een hittegolf geef ik liever ’s avonds water, zodat de grond langer vochtig blijft en het water minder snel verdampt.

Najaar: water beperken

Vanaf begin tot half augustus hebben tomatenplanten in de kas steeds minder water nodig, zelfs als het dan nog warm is.

Ik beperk de watergift bewust tot een minimum om te vermijden dat de tomaten barsten door te veel vocht.

Vanaf eind augustus hoeft er in de kas bijna geen water meer gegeven te worden.

De planten verbruiken dan minder, en overtollig water verhoogt alleen maar de kans op schimmels in de koelere nachten.

Algemene tips bij het water geven

tips bij het water geven van je planten

Als je water geeft, geef dan voldoende water zodat de ondergrond goed vochtig wordt.

Het is beter om minder vaak maar grondiger te gieten dan vaak kleine beetjes te geven.

Uitzondering: kamerplanten die een constante vochtige grond nodig hebben, geef je beter regelmatig kleine hoeveelheden water.

Regen, mulch en temperatuur

Als de regen kouder is dan de bodem, trekt slechts een deel van het water in de grond en spoelt de rest gewoon af.

Door te mulchen (de bodem bedekken met organisch materiaal) voorkom je dat grotendeels, omdat de grond beter vocht vasthoudt en temperatuurverschillen kleiner worden.

Nieuwe aanplantingen

Na het planten moet je altijd aanwateren, zowel bij buitenplanten als bij jonge kamerplantjes.

Zo komt de aarde goed in contact met de wortels.

Daarna mogen de planten gerust een tijdje zonder water.

Te vaak gieten na het planten zorgt er net voor dat het wortelstelsel oppervlakkig blijft, in plaats van diep te wortelen.

Bladeren die hangen of vallen

Planten die hun bladeren laten hangen, hebben niet altijd dorst.

Buiten of in de kas gebeurt dat vaak op het heetst van de dag: een natuurlijke reactie op de hitte.

Controleer de volgende ochtend opnieuw.

Zijn de bladeren dan weer stevig, dan was er geen water nodig.

Hangen ze nog steeds slap, dan kun je wel gieten.

Laat een plant veel bladeren tegelijk vallen, dan heeft ze waarschijnlijk te droog gestaan.

Planten die te droog staan

Planten in potten die te droog zijn, kun je beter onderdompelen in water.

Zo kan de hele kluit zich volzuigen.

Giet je enkel van bovenaf, dan loopt het water vaak gewoon langs de droge randen uit de pot, zonder dat de wortels iets opnemen.

Water geven bij warm weer

Sproei nooit met koud water op zonnige dagen.

Dat veroorzaakt fysiologische stress bij de planten.

Geef daarom altijd water ’s morgens vroeg of ’s avonds laat, wanneer de zon niet meer fel is.

Op vakantie? Geen paniek!

Ga je op vakantie? Geen zorgen!

Als je je kamerplanten het hele jaar door niet overmatig giet en ze op een goede standplaats staan, kunnen ze enkele weken zonder water.

Vertrouw op de kracht van je planten, ze kunnen meer verdragen dan je denkt.

Hoe waterverspilling voorkomen?

Water geven in de volle zon is geen goed idee.

lanten verbranden er niet van, maar het water verdwijnt veel sneller door verdamping.

Bovendien sluiten planten bij extreme hitte hun poriën om zich te beschermen, waardoor ze het water dat je geeft toch niet opnemen.

Mulchen: de sleutel tot vochtbehoud

Mulchen

Mulchen is één van de beste manieren om waterverspilling te voorkomen.

Een mulchlaag helpt om de bodem koel te houden en vermindert de verdamping van water.

Dat geldt zowel voor planten in de volle grond als voor planten in potten of bakken.

Mulchen vormt bovendien de basis van een gezonde bodem, het voedt het bodemleven, verbetert de structuur en is daarmee een belangrijk onderdeel van ons bodemverhaal.

Bescherm je tuin tegen wind

Wind droogt de grond sneller uit.

Door hagen of bomen te planten rond je perceel, zorg je voor natuurlijke windbrekers.

Zo blijft het vocht beter bewaard in de bodem en hebben je planten minder vaak water nodig.

Regenwater slim benutten

Zorg dat het regenwater zoveel mogelijk op je terrein blijft en rustig kan insijpelen in de grond, in plaats van snel weg te vloeien.

Op die manier bouw je een natuurlijke waterbuffer op waar planten later van kunnen profiteren.

Probeer daarnaast regenwater op te vangen in tonnen of reservoirs.

Heb je de ruimte, dan kun je zelfs een natuurlijke poel aanleggen. Dat helpt niet alleen bij wateropvang, maar bevordert ook de biodiversiteit in je tuin, een win-win voor plant én dier.

Wat bij extreme lange droogte?

Klimaatdoek gebruiken om planten te beschermen

Mensen die gewoon zijn om hun tuin te mulchen, hebben bij droogte al een belangrijke voorsprong.

Zoals je eerder kon lezen, raden we aan om altijd en overal te mulchen, in de kas, de groentetuin én de siertuin.

Heb je een goede humuslaag in de bodem en overal een mulchlaag aangebracht, dan ben je beter gewapend tegen extreme droogte.

De grond droogt minder snel uit en het aanwezige water wordt beter vastgehouden dankzij de humus. Zo blijft er langer vocht beschikbaar voor de planten.

Probeer in je moestuin en siertuin zo lang mogelijk te wachten met water geven.

Van zodra je begint bij te gieten, raken de planten daaraan gewend, en kun je eigenlijk niet meer stoppen zolang de droogte aanhoudt.

Als je dan plots geen water meer geeft, kunnen de planten alsnog afsterven.

Laat de natuur dus zo veel mogelijk zijn werk doen en geef pas water als het echt niet anders kan.

Beschermen met klimaatdoek

Wat zeker helpt tijdens langdurige droogte, is het gebruik van klimaatdoek.

Dat is een bijzonder handig product dat je eenvoudig los over de planten kunt leggen, het vraagt nauwelijks werk.

Klimaatdoek beschermt aan de ene kant tegen vorst, maar werkt ook uitstekend tegen hitte en zonnebrand.

Het houdt de felste zonnestralen tegen, waardoor de grond vochtiger blijft en de planten niet kunnen verbranden.

Ook interessant om te lezen: