De olijfwilg bladvlo (Cacopsylla fulguralis) is een invasieve bladvlo die specifiek de olijfwilg (Elaeagnus) aantast. Oorspronkelijk afkomstig uit Azië werd de soort in 1999 voor het eerst in Frankrijk vastgesteld en heeft zich sindsdien verspreid naar België, Nederland, Engeland, Zwitserland en andere Europese landen.
Bladvlooien zijn kleine insecten uit de orde Hemiptera. Hoewel de meeste soorten weinig schade veroorzaken, kan de olijfwilg bladvlo wel aanzienlijke hinder en bladschade veroorzaken.
Hoe ziet Eleagnus bladvlo eruit?

Volwassen bladvlooien zijn aanvankelijk lichtgroen, maar kleuren later donkerbruin. Beide kleurvormen kunnen tegelijk op de olijfwilg voorkomen, waarschijnlijk afhankelijk van de leeftijd van het insect.
Bladvlooien worden ook wel springende bladluizen genoemd. Met hun lange achterpoten springen ze gemakkelijk van blad naar blad, vergelijkbaar met een sprinkhaan.
De larven van de olijfwilg bladvlo produceren opvallende witte wasdraden die goed zichtbaar zijn op de bladeren. De larven zelf blijven uiterst klein: in het laatste stadium slechts 1,2 × 1,8 mm, waardoor ze met het blote oog nauwelijks waarneembaar zijn.
Is olijfwilg bladvlo schadelijk?

Net als bladluizen zuigen de bladvlooien sappen uit de bladeren. Dit geeft volgende schade:
- een puntsgewijze verkleuring in de bladeren van de olijfwilg
- Het teveel aan suikers dat wordt opgenomen met het plantensap, scheiden ze terug uit. Hierdoor worden de bladeren plakkerig.
- Na verloop van tijd groeit er een zwarte roetdauwschimmel op de uitgescheiden suikerdruppels (= honingdauw genoemd)
- De bladeren zien er dan vuil en zwart uit
- Sommige bladeren worden ook naar boven opgerold
Welke planten zijn gevoelig aan olijfwilg bladvlo?
De bladvlo komt enkel voor op variëteiten van Eleagnus, meer specifiek op E. glabra, E. macrophylla, E. cuprea, E. oldhamii, E. commutata, E. difficilis en E. x ebbingei. De minst vatbare soort lijkt E. x ebbingei 'Compacta' te zijn.
De bonte variëteiten zijn gevoeliger, en de meest smakelijke lijkt E. x ebbingei 'Gilt Edge' te zijn.
Eleagnus augustifolia en Eleagnus multiflora blijken resistent te zijn voor de eleagnus bladvlo.
Elaeagnus bladvlo bestrijden
Chrysopa larven tegen olijfwilg bladvlo

Chrysopa larven werken tegen de larven van de olijfwilg bladvlo. Zo vlug je de witte wasdraden van de larven op de planten opmerkt, kan je Chrysopa uitzetten. Chrysopa wordt geleverd in een zeer jong larvestadium, de larven blijven 2 tot 3 weken op de struiken/bomen aanwezig.
De volwassen insecten worden niet gedood. Het is dus een kwestie van de cyclus van de bladvlo te doorbreken door herhaaldelijk om de drie weken Chrysopa larven uit te zetten.
Hoe larven van chrsyopa uitzetten?

Bij Chrysopa worden bioboxen mee geleverd om de larven te kunnen uitzetten in de aangetaste planten.
In elke biobox doe je een laagje van 2 cm boekweitschilfers met larven. Zo verdeel je de koker maximaal over de aangetaste planten en zijn de larven snel verspreid over de volledige boom, struik of haag.
Tip: wees niet ongerust als je geen larven van chrsyopa ziet! Ze verstoppen zich in de boekweitschilfers omdat ze lichtschuw zijn. Ze komen ’s avonds en ’s nachts eten op de planten.
Andere maatregelen tegen olijfwilg bladvlo
- Snoei in april de jonge scheuten weg, dit geeft een reductie van het aantal larven.
- Hang oorwormhuisjes in de struiken en bomen. Oorwormen eten ook de larven van bladvlooien. In het vroege voorjaar zijn de oorwormen nog niet actief maar in het najaar kunnen ze een belangrijke rol spelen.
Reeds chemisch gespoten tegen Eleagnus bladvlo?
Heb je reeds chemisch iets gebruikt en wil je alsnog met chrysopa larven werken, contacteer ons dan eerst om na te gaan of er nog schadelijk residu aanwezig is op de planten. Ingeval van schadelijk residu, gaan de larven afsterven en heb je geen resultaat.
Wil je meer info over de combo spuiten en nuttige insecten, lees dan zeker onze blog hieromtrent.
Natuurlijke vijanden van Eleagnus bladvlo

Uit onderzoek is gebleken dat verschillende nuttige insecten de larven van de bladvlo eten. Het gaat om de roofwants Orius laevigatus en Anthocoris nemoralis en de groene gaasvlieg Chryopa.
Bij ons komt zowel chrsyopa carnea als Orius laevigatus van nature voor. Deze insecten kan je lokken door van vroeg in het seizoen tot laat in de herfst bloeiende planten te voorzien. Beide insecten voeden zich als volwassen individu met stuifmeel en nectar. Orius wordt zelfs een bloemenwants genoemd omdat ze zo graag in bloemen verblijft.
Zorgen voor zoveel mogelijk biodiversiteit in je tuin is de beste maatregel die je kan nemen om schadelijke insecten onder controle te houden. Wil je meer info over biodiversiteit? Hieronder vind je een aantal artikels die we hierrond schreven:
- Richtlijnen voor natuurlijk tuinieren.
- Het is nuttig om bladluizen aan te trekken.
- Het belang van biodiversiteit.
- Biodiversiteit is het antwoord op plagen.
Levenscyclus van olijfwilg bladvlo

De eitjes zijn minuscuul klein: 0.15 mm breed en 0.3 mm lang. Ze zijn aanvankelijk crèmekleurig maar worden geel-oranje als de eitjes rijper zijn. De eitjes worden per 10 à 20 stuks door de vrouwtjes aan de onderkant van bladeren gelegd. De vrouwtjes groeperen zich om eitjes te leggen waardoor de eitjes in grote aantallen samen voorkomen. Daardoor is het niet ongewoon om 40 tot 60 jonge larven op één enkel blad te vinden.
Uit de eitjes ontwikkelen zich larven die 5 stadia doorlopen. Dit gebeurt in een tijdspanne tussen 19 en 30 dagen. Vanaf het uitkomen tot het derde larvestadium blijven de larven gegroepeerd en verborgen onder knopschubben. Pas vanaf larvestadium 4 beginnen de larven zich te verspreiden over de bladeren, stengels of knoppen. In alle larvestadia scheiden ze spiraalvormige wasdeeltjes met druppels honingdauw af. De was en de honingdruppels zijn enorm groot in verhouding tot de larven. Als je de wasafscheiding ziet, weet je dat de larven aanwezig zijn.
Zowel larven als de volwassen insecten zijn actief bij lage temperaturen. Als temperaturen 30 tot 35°C zijn, verdwijnen zowel de larven als de volwassen insecten. Men veronderstelt momenteel dat er een diapauze is in de zomer, misschien in de vorm van eitjes. Dit moet nog nader onderzocht worden.
In de herfst komen de bladvlooien terug tot de vorst. Ze overwinteren als volwassen insect op beschutte plaatsen.
